OVS 1

Botsingsituatie 1

Botsing tijdens of na een bijzondere verrichting

Bij een botsing tussen een motorrijtuig dat een bijzondere verrichting uitvoert en een ander motorrijtuig dat geen bijzondere verrichting uitvoert, betaalt de verzekeraar van het eerstgenoemde motorrijtuig de schade van het andere motorrijtuig.

Voor de toepassing van dit artikel maakt het niet uit of de ander al dan niet op dezelfde weg rijdt of stilstaat. Wel relevant is het feit dat die andere gemotoriseerde verkeersdeelnemer juist geen bijzondere verrichting uitvoert. Daarnaast moet er voor toepassing van dit artikel een relatie bestaan tussen de bijzondere verrichting en de botsing.

Zo bestaat er dus bijvoorbeeld in het geval waarin het portier van het motorrijtuig aan de trottoirkant wordt geopend en een botsing aan de andere zijde van het motorrijtuig plaatsvindt, geen relatie met de bijzondere verrichting en is botsingsituatie 1 niet van toepassing. In de begripsomschrijvingen staan de bijzondere verrichtingen limitatief opgesomd.

De bromfietser die niet op het meest rechts gelegen fietspad rijdt, rijdt niet in verboden rijrichting, tenzij een verplichte rijrichting is aangegeven.

Afstandsnorm
Voor de onderstaande drie bijzondere verrichtingen geldt een afstandsnorm:
– Wegrijden;
–  Uit een uitrit de weg oprijden;
–  Keren.

Voor deze drie bijzondere verrichtingen geldt een afstandsnorm van 25 meter. Binnen deze afstandsnorm wordt een motorrijtuig geacht nog met de bijzondere verrichting bezig te zijn. Voor het verlaten van een uitrit geldt dat deze afstand wordt gemeten vanaf het snijpunt van de verlengde rijbaankanten tot de plaats van de botsing. Voor keren geldt dat een motorrijtuig, na gekeerd te zijn, geacht wordt nog met keren bezig
te zijn indien de in tegengestelde richting afgelegde afstand tot het punt van botsen niet meer dan 25 meter bedraagt. Onder keren wordt ook begrepen het keren via een zijweg of inrit.

Dit artikel regelt niet de botsing waarbij beide motorrijtuigen een bijzondere verrichting uitvoeren. Deze botsing wordt in botsingsituatie 6 geregeld.

Wat zijn de bijzondere verrichtingen?

  • Wegrijden*;
  • Uit een uitrit de weg oprijden*;
  • Keren*;
  • Achteruitrijden;
  • Van rijstrook of rijbaan wisselen;
  • Van of naar een invoeg- of uitvoegstrook rijden;
  • Openen dan wel open laten staan van een portier, een (laad)klep of een (laad)deur;
  • In verboden rijrichting rijden.

* hiervoor geldt een afstandsnorm van 25 meter