VR 1997, 207 Aanrijding op T-kruising; vrijlaten kruisingsvlak
Instantie: Kantonrechter Gouda Datum: 3 april 1997
Magistraten: Hage Zaaknr: [1997-04-03/VR_14766] Conclusie: – LJN: AJ6408
Noot: – Roepnaam: –
Wetingang: RVV 1990 art. 15
Essentie
Kruisingsvlak.
Samenvatting
Aanrijding op T-kruising; vrijlaten kruisingsvlak.
Uitspraak
J.M.A. Stolker-Cleijpool,
eiseres,
gemachtigde: R.L.J. van Es,
tegen
A.W. van der Heijden,
gedaagde,
gemachtigde: FBTO Schadeverzekeringen NV
Post alia:
2.4. De kantonrechter oordeelt als volgt.
Door Van der Heijden is niet althans onvoldoende weersproken dat de aanrijding heeft plaatsgevonden op de voor Stolker bestemde weghelft op
welk moment de auto van Stolker zich nog voor het kruisingsvlak bevond. Stolker heeft derhalve het kruisingsvlak vrijgelaten. Beoordeeld dient te
worden of Stolker daarmee voldaan heeft aan de uit art. 15 RVV voortvloeiende verplichting om de voor Stolker van rechts komende Van der
Heijden in staat te stellen ongehinderd zijn weg te vervolgen.
Voorzover Van der Heijden wil betogen dat art. 15 RVV meebrengt dat de tot voorrang verplichte bestuurder steeds op een zekere afstand voor
het kruisingsvlak dient te stoppen om te anticiperen op de mogelijkheid dat de tot voorrang gerechtigde de bocht naar links afsnijdt, verwerpt de
kantonrechter dit verweer. Weliswaar gaat de hier bedoelde voorrangsverplichting verder dan de verplichting om het kruisingsvlak vrij te laten,
doch deze verdergaande verplichting betreft blijkens de Nota van Toelichting op dit artikel de wijze waarop de tot voorrang verplichte de kruising
nadert: diens snelheid dient zodanig te zijn dat het vertrouwen wordt gewekt dat inderdaad voorrang wordt verleend. Dat geval doet zich hier
echter niet voor.
Ook in de omstandigheden van dit geval was er geen reden om van Stolker te verlangen dat zij reeds op enige afstand voor het kruisingsvlak zou
stoppen om aan Van der Heijden ongehinderd doorgang te verlenen. Weliswaar stelt Van der Heijden dat het kruisingsvlak ‘aan de krappe kant’
is doch Van der Heijden heeft bij dupliek niet de stelling van Stolker weersproken dat de Zuidelijke Dwarsweg en de Groeneweg ter plaatse
voldoende breed — 6.90 meter respectievelijk 5.80 meter — zijn om normaal voorrang te verlenen. Gelet op het feit dat Van der Heijden een
personenauto bestuurde en dat daarom niet valt in te zien waarom Van der Heijden de bocht naar links niet heeft kunnen nemen zonder na het
verlaten van het kruisingsvlak op de voor Stolker bestemde weghelft te komen, wordt dit verweer als onvoldoende gemotiveerd verworpen. Uit
het voorgaande volgt dat Stolker aan haar voorrangsverplichting heeft voldaan en dat derhalve de aanrijding uitsluitend het gevolg is van de
hiervoor bedoelde fout van Van der Heijden. De vordering van Stolker behoort daarom te worden toegewezen.
(enz.; red. VR)
Kluwer Navigator documentselectie
Dit document is gegenereerd op 08-04-2013. Alle (auteurs-)rechten op dit document berusten bij Kluwer B.V. of haar licentiegevers en worden uitdrukkelijk voorbehouden. Kijk voor meer informatie over de diensten van Kluwer
op www.kluwer.nl
1